Ton Hendriks

Dialoog

Hieronder staan 3 dialogen die je kunt gebruiken. We gaan hier de komende twee weken aan werken…

Dialogen voor 2 en 3 leerlingen 
Dialoog 1 (A, B)
(Je mag in deze dialoog ook een ander zintuig inzetten, horen, zien, voelen, proeven)

A …Ik ruik iets…. 
B Wat? 
A …Ruik jij het niet dan? 
B Ruiken? 
A Ik ruik iets heel tja.. wat zal ik zeggen… 
B Ja… nu je het zegt… ik ruik het ook… 
A Is dat iets van…. 
B Het zal toch niet waar zijn! 
A Dan… dan…. 
B Bijzonder… 
(A of B Bedenk een eindzin)


Dialoog 2 (A, B en C) 
A Zo stoor ik jullie… 
B Je komt op het goede moment
A Ik stoor dus niet?
C Nou eigenlijk wel…
B Zeg het niet..
C Het stoort geweldig!
A Wat mag je niet zeggen? 
B Ik weet niet of dit het goede moment is. 
A Want, je bedoeld toch niet dat gedoe met Lukas….? 
C Het had zo mooi kunnen zijn…
(A, B of C bedenk een eindzin)

Dialoog 3 (A en B)
A Kom je nog?
  (B op)
A Dat had wel wat sneller gekund... tjonge jonge
B Als jij nou eens leerde wat geduldiger te zijn...
A Het leven is maar kort!
  (B Pakt een voorwerp)
B Zie je dit hier?
A Ja.. dat is een (Naam voorwerp)
B Precies en in alle rust kan ik het hier neer zetten...
A Flikker toch op idioot... 
(A of B bedenk een slotzin)