Theaterwoordenboek

Het gaat hier om een globaal woordenboek, niet alles staat er in. De termen voorzien van een → moeten leerlingen kennen die drama als eindexamenvak hebben.

3 – punt belichting: Uitgangspunt van een lichtplan. Front licht, zijlicht, en tegenlicht

A

Absurd / absurdistisch toneel / absurdisme Toneelvorm waar de werkelijkheid makkelijk wordt losgelaten, reacties die niet aansluiten, bizarre wendingen enz.
Accepteren Aanvaarden of in spel aannemen wat de medespeler aanbiedt
Achterdoek Zie fontdoek
Act Optreden van een artiest in een show (bijv. goochelaars-act)
Acteren / acteur / actrice Toneel spelen / Toneelspeler / Toneelspeelster
Actie/ handeling Zichtbare handeling tijdens het dramatisch spel
Afdekken Op het toneel voor iemand anders gaan staan. (=) coucheren, afschermen.
Afgang Van het toneel af lopen… of voor schut staan op het toneel.
Afschmink Crème waarmee de schmink vet wordt gemaakt waardoor deze makkelijk te verwijderen is. Waterschmink kan gewoon met water en zeep afgewassen worden.
Afstopping Doeken die gebruikt worden om het toneel dicht te maken en waardoor dingen die niet te zien mogen zijn ook niet te zien zijn.
Aggregaat Dieselmachine die stroom maakt, wordt vaak gebruikt bij popfestivals die buiten plaatsvinden.
Aircrafts Effect licht, zeer sterk gebundeld licht, meestal een aantal spotjes dicht naast elkaar. Geeft een mooi effect bij rook waarbij als het ware een lichtgordijn gemaakt kan worden.
Amplifier (èmplifajjer) Doos met elektronica bedoelt om het zachte geluid te versterken tot iets hoorbaars, ook wel versterker genoemd.
Amusement Dingen die mensen vermaken, vaak ter ontspanning.
Applaus Het klappen van het publiek
Articuleren / articulatie Bij een goede articulatie verstaat iedereen je goed. Duidelijk spreken.
Artiest De persoon op het toneel.
Artiesteningang Ingang meestal achter het toneel die toegang verschaft voor de artiesten. Voor sommige fans de plaats om handtekeningen te vragen.
Associëren / associatie Verbinden of verbindingen zoeken met een onderwerp.
Attribuut / rekwisiet Spullen die tijdens een voorstelling op het toneel gebruikt worden.
Auditie Voor een rolverdeling worden mensen gezocht, de spelers spelen dan een stukje en de regie kiest de persoon.
Auteur Schrijver

B

Back line (bèklain) De geluidsinstallatie van de band inclusief de instrumenten. Meestal worden er de boxen van gitaristen mee bedoeld.
Backstage pas Sticker, armband of kaartje wat opgespeld wordt of aan een key-koord hangt en wat deze persoon recht geeft zich op en achter het podium te bevinden. Vaak erg geliefd bij fans van sommige popgroepen.
Balletvloer Kunststof zeil (vinyl) wat op de vloer wordt gelegd om het toneel voor dans geschikt te maken. Wordt meestal in zwart of wit gebruikt. Oorspronkelijk bedoelt om dansers niet uit te laten glijden wordt dit tegenwoordig meer cosmetisch gebruikt.
Banken Een aantal lijntjes (lichtstanden) achtereenvolgens bij elkaar geprogrammeerd, die tijdens een voorstelling apart getoond kunnen worden. bv. bij een liedjesfestival dat elk nummer onder een bepaalde bank geprogrammeerd is.
Barndoor 4 ijzeren “flappen” aan boven, onder en zijkanten van een spot om het licht van een fresnel of PC af te vlakken.
Bedweter Iemand die bij de belichter of geluidsman gaat staan en met termen gaat gooien die eigenlijk niet relevant zijn.
Belichter / belichting / belichten De technici die de lampen hangen en stellen.
Bevriezen / freeze Stoppen met bewegen en praten in een scène waarbij je doodstil blijft staan.
Beweging / bewegingspatroon 1. Wijze waarop een personage zich beweegt.
2. Wijze waarop de rollen zich ten opzichte vaan elkaar bewegen. (mise-en scène)
Bewerken Het aanpassen van een toneelstuk ter versterking van de visie van de regie en de spelers.
Bijrol Ondergeschikte rol in toneelstuk of film.
Black out 1. Theaterlicht gaat helemaal uit en het ineens wordt donker.
2. Speler weet plotseling zijn tekst niet meer.
Blijspel / komedie Een vrolijke lichtvoetige voorstelling met vaak veel misverstanden over alledaagse onderwerpen.
Blinders (blainder) Serie spots in vierkante houder die doorgaans richting publiek worden gericht, om (inderdaad) het publiek te verblinden
Blokkeren Vastlopen, je stopt dan met spelen in een situatie en of emotie. Door een negatieve (re)actie niet reageren op een impuls van de tegenspeler, zodat het spel stilvalt.

C

Cabaret Vorm van spelen waarbij vaak met de 4e wand gespeeld wordt. Verhalen met vel humor en soms een serieuze ondertoon. Vaak wordt er ook in gezongen.
Cast / casting De spelersgroep.
Centercluster Enkele luidsprekers die midden boven het podium hangen. Soms wordt hierop alleen de zang gezet waardoor de verstaanbaarheid verbeterd.
Chaser Looplicht waarbij een serie lichtstanden automatisch in een bepaalde volgorde aan en uit gaan, populair bij concerten.
Choreografie Ontwerp van plaatsing, beweging en andere patronen uitgevoerd door dansers, acteurs en anderen die niet op een plaats kunnen blijven staan.
Chorus Effect apparaat om het geluid breder te laten klinken.
Claque Ingehuurde bezoeker van voorstelling die automatisch op de goede momenten lacht en klapt
Claus Tekststuk van een speler, kan een woord zijn of een verhaal.
Cliffhanger (soap) Moment aan het einde van een aflevering van bijv. een soap waardoor het publiek geprikkeld wordt naar de volgende aflevering te willen kijken.
Clown / clownerie Komisch figuur. Clownerie is de speelstijl van een clown.
Conflict Tegenstelling tussen rollen of binnen een rol met betrekking tot eenzelfde situatie of gebeurtenis
Coucheren Zie afdekken
Coulisse Ook wel poten genoemd, het zijn de doeken aan de zijkant van het toneel, zijkant van toneel buiten het speelvlak.
Crèpe Kunstharen die bij de schmink gebruikt worden om snorren, baarden, bakkebaarden, borsthaar e.d. te maken
Cue Teken om iets te doen, decorwisseling, lichtwisseling, opkomen afgaan enz.

D

Dans Theater-kunstvorm.
Decibel Ook wel DéBé genoemd. Eenheid van herrie, hoe meer herrie, hoe meer decibel. De pijngrens ligt boven de 120 decibel. Buiten mag tegenwoordig nog maar 60 db te horen zijn.
Decor Hulpmiddel(en) bij het inrichten van de speelruimte op realistisch/naturalistische of suggestieve wijze.
Hierbij wordt ook licht/geluidgeur etc, bedoeld.
Delay (dielé) Apparaat wat het geluid vertraagd doorlaat. Ook wel echo genoemd.
Denktekst /Binnentaal De tekst die een personage denkt en niet uitspreekt. Vaak te zien aan mimiek of fysieke expressie.
Diafragma Lamellen die voor de lamp over elkaar worden geschoven om de lichtdoorlaat van een profielspot te verkleinen waardoor een kleinere cirkel aan licht op toneel ontstaat..
Dialoog Dramatische tekst voor twee personages.
DI-box (die ai boks) Direct input, een doosje waardoor signaal van bijvoorbeeld een gitaar doorgelust wordt naar de mengtafel.
Diffuus Niet scherp afgetekend licht.
Dimmer Apparaat wat het DMX signaal omzet naar spanning waardoor de lampen al of niet feller gaan branden.
Dirigentenkamer Kleine kleedkamer dicht bij het toneel, meestal bedoeld voor de dirigent, vaak maken ook solisten gebruik van deze kleedkamers.
DMX (analoog & digitaal) digitaal dmv DMX stuurt de gegevens c.q. standen naar de dimmers, één DMX signaal bevat 512 adressen die aangestuurd kunnen worden. In analoge vorm gebeurde dat met een sturing van 0 tot 10 volt.
Doorduwer Iemand die zegt het licht te doen en alleen maar een knopje indrukt voor de volgende lichtstand. (Kan ook bij geluid, zelfs gekoppeld met licht)
Doorloop De voorstelling in zijn geheel een keer achter elkaar spelen. als repetitie zonder onderbrekingen.
Drama Drama komt uit het Grieks en betekent handeling. Het spelen van een verhaal in een nagemaakte werkelijkheid
Dramatische handeling / handeling Het gedrag, doen van dingen, op het toneel.
Dramatische ontwikkeling / ontwikkeling De opeenvolgende situaties die elkaar logisch opvolgen.
Dramatiseren Een verhaal of situatie omzetten naar spel
Droog Er zit geen galm op het geluid.
Druppel Klein microfoontje wat verbonden is aan een zender, wordt veel gebruikt door cabaretiers en musicalacteurs. Ook wel headset.
Dubbelrol Twee verschillende rollen die door dezelfde persoon gespeeld worden.

E

Effecten Een bepaalde wijze waarop licht zich beweegt. B.v. van binnen naar buiten, om en om etc. Bij geluid gaat het om galm, chorus, echo enz.
Effectenrek Rekje waarin geluidseffectapparaten zitten zoals; Galm, echo, delay, equalizer enz.
Emotie Gevoelens zoals boosheid, angst, verdriet, blijheid e.d.
Ensceneren / enscenering / mise-en-scène Het plaatsen van de spelers in de speelruimte en eht afspreken van de posities in de verschillende situaties.
Equalizer Apparaat om de toonregeling mee in te stellen, heeft voor verschillende frequentiegebieden een aparte volumeregelaar.
Expander Effectapparaat, zorgt voor een verbetering van het geluid
Expressie Zichtbaar of hoorbaar gedrag in houding, mimiek, taal/stem, klank, gebaar, (manier van) bewegen

F

Fader (veder) Schuif waarmee je het geluid harder mee kunt zetten. (Zet de schuif maar open.)
Fhantomvoeding Voeding voor (condensator) microfoons
Figurant / figureren Onbelangrijke, vaak zwijgende rol.
Wel van belang voor sfeer.
Filament Gloeidraad van lamp
Filterhouder Twee ijzeren plaatjes met een groot rond gat er in om gekleurd folie in te schuiven. Zo kun je een kleur kiezen voor licht.
Filters Zie kleurenfilters
Flashback Dramatechniek waarbij gebruik wordt gemaakt van een herinnering of gebeurtenis uit het verleden.
Flightcase (vlaitkees) Kist waarin de apparatuur beschermt zit verpakt ook geschikt om door de lucht te vervoeren.
Floormanager Vloer-leider, man of vrouw die de leiding op de opnamevloer heeft bij TV en constant in contact staat met de regie.
Focus / Focussen Punt op de speelvloer waar de aandacht van de toeschouwer zich op richt.
Fogger Zie rookmachine.
Fontdoek Donkerblauw of zwart achterdoek op het toneel.
Freeze / bevriezen Een houding een bepaalde tijd vasthouden.
Fresnel Soft edge beam, dus geen scherpe cirkels, geeft een mooi vlekje geeft op het toneel met zachte overgangen. (speellicht)
Fries Zwart dook wat boven het toneel over de hele breedte hangt, Meestel hangen er meerdere achter elkaar. Ze zorgen er ook voor dat je de lampen en andere voorwerpen boven het toneel niet ziet.
Front De voorkant van het podium of toneel.
Frontlicht Licht vanuit de zaal gericht op de voorkant van het toneel.
Frost Fliter die voor een spot geplaatst het licht verstrooit.
Fysiek spel Spel van het lichaam zonder de stem: houding, beweging, gebaren en mimiek.

G

Gaasdoek Een uit een stuk wit of zwart doek, wat men gebruik voor effecten. Pas als men licht geeft achter het doek is het alsof het doek er niet meer is en kan men zien wat er achter is. Door het doek zelf te belichten kan alles wat erachter gebeurd uit het zicht gehaald worden
Gaffa Zie tape
Gebaar Beweging van het lichaam (geste) of een gedeelte daarvan (arm, handen, schouders, hoofd, benen, romp)
Geluidsinspeciënt Zie mixer
Geluidsinstallatie Zie PA
Geluidsman Zie mixer
Generale repetitie Laatste repetitie voor de première waarbij alles gaat zoals ij de voorstelling, inclusief licht, geluid, decor, grime en kleding
Genie Elektrisch bedienbaar “bakje” om het licht te stellen en het grit vol te hangen, verrijdbare lift. Vervanger van de trap en gaat tot ongeveer 9 meter hoogte.
Gobo Metalen plaatje waarin een vorm uitgestanst is en wat voor een lamp gezet kan worden. Wordt gebruikt in een profielspot of een scan. Tegenwoordig is het mogelijk om zelfs kleurengobo’s te laten maken. Op deze glazen plaatjes wordt dan een afbeelding afgedrukt.
Gold Lichtkleur, meestal 151 of 152, deze gouden lichtkleur geeft een warme sfeer op toneel. Zie ook filter.
GreenGo Draadloos intercomsysteem van ELC
Grid Buizen constructie aan het plafond waar men licht en doeken aan kan hangen. Een vaste constructie dus niet beweegbaar
Grimas Merk schmink net als Kryolan, ook wel een gezicht trekken, hij trok een raar grimas.
Grime Zie schmink.
Grime / grimeren / grimeur Make-up voor theater om karaktereigenschappen of maskers vorm te geven op gezicht en eventueel handen en hals of om spelers in het toneellicht natuurlijk te laten zijn.

H

Handeling / actie Activiteiten van een personage die een verandering te zien geeft in het spel zowel uiterlijk(actie) zowel innerlijk(motief.
Handpop Pop die wordt bespeeld met een in de pop gestoken hand.
Haspel Cilinder waar omheen de kabels worden opgerold.
Hazer Rookmachine. Maakt mist over het hele toneel goed regelbaar
Hoogtepunt / Climax Punt in de dramatische ontwikkeling waarop spanning, conflict e.d. op het hoogste punt is; vaak het moment voor de crisis maar het kan zich ook aan het begin of het eind van de dramatische ontwikkeling bevinden.
Hoorspel Spel d.m.v. klanken, geluiden en tekst zonder beeld.
Horizonbakken Halogeen lampen die het horizondoek verlichten. Meestal worden drie kleuren gebruikt waardoor bijna alle kleuren op het het horizondoek of achterdoek kunnen worden gemaakt.
Horizondoek Wit achterdoek op het toneel wat opgespannen wordt en waarop licht wordt gezet. Dit geeft een gevoel van ruimte.
Horizonlicht Zie horizonbakken.
Houding Fysieke karakteristiek voor een personage.

I

Identificatie / identificeren Vereenzelviging van de toeschouwer met één of meer personages uit het stuk.
Improvisatiespel / improviseren Vorm van spelen/dramatiseren/toneelspelen waarbij spelers of onvoorbereid, of deels voorbereid of op een vast stramien met enkele suggesties (= spelgegevens) als uitgangspunt spel ontwikkelen.
Impuls Eerste idee of opwelling die in spel opkomt en uitgespeeld wordt.
In-ear Kleine meestal op maat gemaakte koptelefoon die voor publiek niet zichtbaar is. Zie ook oortje en monitor, de muzikant kan zichzelf dan horen. Wordt door sommige acteurs gebruikt als soufleur.
Inleiding / introductie Begin van een verhaal of scène waarin de wie en waar vaak duidelijk wordt.
Inlooptijden / uitlooptijden Aantal seconden dat het licht (een bepaalde stand)moet opkomen c.q. moet verdwijnen.
Inspiratie In drama: ingeving, bezieling of ideeën krijgen voor dramatisch spel.
Intensiteit De mate van kracht, beleving en dynamiek bij het uitbeelden van een rol of in het algemeen van spel.
Interview / rolinterview Vraaggesprek om spelinformatie voor een rol te verzamelen.
Intonatie / intoneren Stemtechniek. Het verloop van toonhoogte (melodie). Daarbij kan je ook het tempo, ritme, timing, pauzes, intensiteit, klankkleur veranderen

J

Jabbertalk / jabberen Fantasietaal. (niet bestaande taal, bijv “klinkt als Frans”)

K

Kap De toneeltoren boven het toneel waarin de trekken hangen met het decor, horizondoek, poten, licht enz.
Karakter Een eigenschap die een individu onderscheidt van anderen.
Kijkrichting Aanduiding voor de wijze van kijken van spelers ten opzichte van elkaar. Dit is van essentieel belang bij het ensceneren van een spel (bijvoorbeeld: elkaar aankijken, langs iemand heen kijken).
Klager Iemand die vind dat het allemaal anders moet. Het licht moet warmer, enz.
Klankkleur Zowel de stem als muziek heeft een klankkleur, dit kan warm zijn, helder of koel enz.
Kleedkamer Ruimtes achter of onder het toneel waar de artiesten zich kunnen omkleden, schminken en douchen
Kleurenfilter Gekleurde folie die voor de lamp geschoven wordt waardoor deze een andere kleur licht geeft, daardoor veranderd sfeer en temperatuur op het speelvlak. Bekendste kleuren zijn 151/152, warm gold. Leukste kleur is 130, volledig transparant, een gewone lamp dus. Sommige mensen achter de lichttafel vergeten weleens de keuze te maken of ze verlichten of belichten. Beide is nodig maar waar doe je wat…
Klucht Komisch en vaak platvloers kort toneelspel. Vaak herkenbaar door het gebruik van veel deuren in het decor.
Kluit Blok ijzer van 6 of 12 kilo wat diende om als tegenwicht in de trekkenwand te worden gebruikt. Vaak worden ze ook gebruikt om schoren vast te zetten.  Tegenwoordig bestaan er nieuwe versies van de kluit, de zogenaamde stageweight.
Klus Omschrijving voor het opbouwen, belichten en mixen van een optreden en vervolgens het afbreken bij elkaar. Dat is een hele klus.
Koffie Drank die warm gedronken wordt vaak met een beetje suiker of melk. Populair bij theatertechnici
Komedie / blijspel Komisch toneelstuk.
Koperen Kees Vierkant blokje van 3 cm x 3 cm wat precies in het midden voor op toneel is aangebracht, en geeft daarmee het midden aan.van het toneel. Wordt veel gebruikt om het decor goed te plaatsen en te belichten.
Kostumering / kostuum / kostuumontwerper Het geheel van zichtbare kledingstukken die de acteurs dragen, behorend bij hun rollen en in de context van het te spelen toneelstuk. Vormgevingsmiddel.
Kostuumontwerper: de persoon binnen een theatergezelschap die verantwoordelijk is voor het ontwerpen en bedenken van de kostuums.
Koudijs Rookmachine. Maakt rook die op de “grond” blijft hangen, gemaakt met onderkoelde stikstof en warm water. Doorgaans kostbaarder dan zogenaamde olierook.
Kringen Aantal kanalen waarmee men in totaal een x-aantal lampen kan aansturen in een maximum van b.v. 2 KW.
Kunstdiscipline / kunstvorm Architectuur · Beeldende kunst (performance) · Film & video · Toegepaste kunst · (Wereld)literatuur
Fotografie · Theaterkunstvormen: Muziek · Opera · Musical · Theater · Dans · Mime
Kwartet 4 mensen die bijvoorbeeld samen dansen, spelen, zingen enz.

L

Lampvoet Schroefdraad cilinder waarin de lamp wordt gedraaid in de maten:E14 / E27
Led Licht wat sterk in opkomst is en inmiddels in alle soorten lampen wordt gebruikt, er zitten soms meerdere leds in een lamp. Ttheatertechnici hebben tegenwoordig een zaklamp met ledjes in plaats van gewoon licht. Voordelen zijn: minder stroomverbruik en lange levensduur.
Lichaamstaal Boodschap die wordt overgebracht door, soms ook onwillekeurige, houdingen, gebaren en bewegingen van het lichaam. Mimiek vindt plaats in het gezicht en in combinatie met lichaamstaal wordt duidelijk wat iemand wil, kan, voelt enz.
Licht Belichting van het toneelstuk. Vormgevingsmiddel, theatertechniek.
Lichtinstallatie De lampen, stuurtafels, klemmen, buizen, truss. Enfin alles wat met het licht te maken heeft bij elkaar behalve de man of vrouw die het spul bedient.
Lichtontwerp Het plan dat de lichtontwerper maakt op basis van de wensen van de regisseur en de stijl van het stuk.
Lichtplan Draaiboek van het totaal aan lichteffecten voor een voorstelling en de volgorde daarvan / Vel papier waarop staat weleke lampen er gebruikt gaan worden waar ze hangen, met welke kleur en waar ze op gericht zijn.
Lichttafel Mengtafel om het licht te sturen, tegenwoordig worden er vaak programma’s opgezet om gecompliceerde standen te maken. Vroeger kon je met een schuif een of meerdere lampen aanzetten met een maximum van 2000 watt, dat heet een kring (zie kringen).
Lichttechnicus De man of vrouw die de lichten bedient met de lichttafel, een mixer voor lampen.
Lift Onontbeerlijk bij zware klussen. Ook mogelijkheid voor iemand om mee te mogen rijden met de vrachtwagen.
Lijntjes Mogelijkheid om meerdere kringen onder een schuif te bedienen.
Lijsttheater Een theater met een, meestal verhoogd, podium
Limiter (limmitter) Apparaat wat er voor zorgt dat bijvoorbeeld een stem continu even hard klinkt. Beperkt bij te harde uithalen even het volume.
Locatie De plaats waar de scène zich afspeelt.
Locatietheater Theater op een andere plaats dan op het toneel of in het theater. Dat kan buiten in een bos zijn of in een fabriek of in de huiskamer van iemand.
Luidspreker Conusvormig ding van flexibel materiaal (vroeger karton) wat in trilling wordt gebracht door een koperen spoel aan de achterzijde. Door die trillingen wordt het geluid hoorbaar.
Lumen Lichtopbrengst vroeger werd de eenheid kaars gebruikt.

M

MacYoke (mekjook) Computer gestuurde spot waarbij alle kleuren zijn te maken en gobo’s te gebruiken.Bewegend licht, soms ook wel wapperkoppen genoemd. Deze lampen worden steeds meer in theaters gebruikt, ze zijn inmiddels stil genoeg.
Manteau Verrijdbare vaste coulisse met mogelijkheid tot het inhangen van licht (gaat over in portaalbrug) de jas (Frans) van het toneel.
Marionet Pop die aan draadjes wordt bewogen.
Masker Gezichtsattribuut om een karakter uit te vergroten of juist de mimiek te neutraliseren (wit masker).
Maskerspel Toneelspel waarbij de spelers maskers gebruiken, de commedia dell’arte maakt hier bijvioorbeeld gebruik van.
Mastiek Soort klei die door de grimeur gebruikt wordt om neuzen een andere vorm te geven, ook geschikt om wonden, puisten e.d. te maken.
Mengtafels Tafel met 50 tot soms meer dan 2000 knoppen en schuiven om het geluid te mixen. Voor licht en geluid worden (als u dat nog niet wist) aparte tafels gebruikt.
Messen IJzeren plaatjes die voor een lamp geschoven worden waardoor slechts een gedeelte van het toneel belicht wordt. Deze messen zitten meestal in een profielspot
Microfoon (Maik) Cilinder waar in gesproken en gezongen kan worden waarna het geluid omgezet in spanning naar de mengtafel gaat om bewerkt te worden.
Midi Systeem  om synthesizers, lichttafels, geluidstafels aan elkaar te koppelen.  (musical intrument digital interface)
Mime / pantomime
Mimiek
Mise-en-scène
Mixer Een mens die de verschillende geluiden van een onduidelijke brei tot iets wat de moeite van het horen waard is maakt. Het apparaat waar deze figuur mee werkt heet ook mixer, soms wat verwarrend als het geluid bijvoorbeeld slecht is ligt het aan de mixer.
Monitor Kan een beeldscherm zijn maar zijn ook de luidsprekers die richting de band staan zodat musici zichzelf kunnen horen. Tegenwoordig wordt vaak in-ear gebruikt.
Monoloog Scene gespeeld met tekst voor één persoon.
Monteren / montage (verwijst naar theatermontage en filmmontage)
Motief De reden van een actie op het toneel.
Motorisch moment Het moment in een voorstelling waardoor alles in beweging komt.
Moving Head Bewegende lamp op vaste voet die via DMX wordt aangestuurd, deze bestaan in talloze versies. Tegenwoordig ook vaak met LED. Deze lampen gebruiken meerdere DMX kanalen, vandaar de computers in het theater.
Multikabel Een hoop verschillende kabels bij elkaar gepropt in een tuinslang.
Mummie Egyptische overledene die in verband gerold begraven is.

N

Nabespreking  Het bespreken van de voorstelling na het spelen of repeteren.
Non-verbale communicatie (expressie / uitingsmogelijkheden / technieken)

O

Oortje Kleine koptelefoon die als monitor dient, zie ook monitor ook wel in-ear
Open doekje Spontaan applaus tijdens een voorstelling.
Open doekje Spontaan applaus van het publiek voor een actie van de acteur .
Openluchttheater Theater zonder dak in de open lucht.
Opkomst Het toneel op komen, tegenovergestelde van af gaan.
Orkestbak Gedeelte voor het toneel wat in de meeste theaters verhoogd of verlaagd kan worden. Plaats waar met de musicals en opera’s/operettes het orkest zit.
Overacting Een manier van spelen waarbij je te overdreven doet.

P

PA (pié) Public Adress systeem, de geluidsinstallatie bedoelt voor het publiek en meestal het beste afgesteld bij de mengtafel.
Pantomime / mime Spel zonder woorden waarbij handen en hoofd maar ook de rest van je lichaam het werk doet.  VIDEO
Parr Typische lamp gebruikt bij popconcerten maar ook in het theater. De vorm is een (meestal) zwarte pijp, bol aan de ene kant en met een vierkante filterhouder aan de andere kant. In vier lichtbundelmaten (very narrow / narrow / medium / wide)
Patchen (soft & hard): soft patchen is stekkeren met behulp van de mengtafel; onder welke knop welke lamp komt zitten. hard patchen is gewoon op de oude manier in welk stopcontact welke lamp komt.
PC (pebble convex) & (plano convex) Geeft meer gecentreerd licht (uitlichten decor)
Performance Optreden.
Personage Rol
Personeel Dit roepen mensen van het geluid en lichtverhuurbedrijf om met zware spullen te kunnen passeren. Ook mensen die voor het bedrijf werken.
Pieken Tegenovergestelde van dalen, pieken kunnen echter je PA opblazen. Ook sierpuntig geval in de kerstboom.
Plaats Waar sta je, wat is je plaats?
Plopkap Schuimrubber omhulsel voor de microfoon zorgt ervoor dat de wind en de ‘p’ niet tot overstuurde klappen leidt, ook wel windkap.
Plug Stekker voor het een of ander.
Pluggen Verschillende soorten zijn er XLR male / XLR female / jack / cinch / din
Podium Verhoging waarop artiesten hun kunstjes vertonen.
Poppenspel
Portaalbrug Loopbrug boven podium
Positie
Poten (Afstopping) Ook wel coulissen genoemd, het zijn de lange verticale doeken aan weerszijden van het toneel ze bepalen het maximale speelvlak.
Praktikabel (prakken) Podium delen van hout. 2 x 1 meter meestal in hoogte verstelbaar of vaste hoogtes van 20 cm / 40 cm / 60 cm.
Première De officiële eerste opvoering van een stuk met publiek.
Presentatie / presenteren Het aan en afkondigen.
Prikken Het plaatsen van stekkers in een snake of mengtafel
Productie Wordt zowel voor een theatervoorstelling gebruikt als bij bijvoorbeeld een popconcert of festival
Profielspot Lamp met een dubbel lenzenstelsel, waarmee een bepaald gedeelte van het toneel precies kan worden uitgelicht, deze spot kan gebruikt worden om bijvoorbeeld een schaakbord te belichten zonder dat er ergens anders licht op valt. Zie ook messen

Q

R

Raylight Parren met een lossen spiegel en lamp, zonder lens.
Reactie / reageren  Je acteert als je iets ervaart, dan reageer je. bijvoorbeeld; Je ziet iemand, je ruikt iets, je bedenkt iets
Realisme
Recenseren / recensent / recensie Het schrijven van een verslag met de eigen mening, meestal voor de krant of op internet.
Redhead TV spots
Regie Het bepalen hoe de voorstelling gespeeld gaat worden.
Regieaanwijzing  Een aanwijzing gegeven door de regisseur over hoe iets gedaan moet worden in de voorstelling. Hoe reageer je, wat doe je enz.
Regisseur Artistiek leider van de voorstelling.
Rekwisieten / attributen Spullen die tijdens een voorstelling op het toneel gebruikt worden.
Remote Afstandsbediening, tegenwoordig in het theater om licht mee aan te sturen.
Repeteren / repetitie Oefenen van een voorstelling.
Reverb (rievurp) Effectapparaat Nagalm. Wordt gebruikt als het geluid te droog is, het maakt het geluid dus nat waardoor het als in bijvoorbeeld een grote hal gaat klinken.
Rigging Het ophangen van motortakels en andere objecten aan het dak van zalen waar bijvoorbeeld truss aangehangen wordt tbv licht en geluid. Een rigger is iemand die dit werk doet, er zijn speciale opleidingen voor.
Ritchie Severijns Gitarist waarmee ik Hendriks 4t ver 3t heb gespeeld
Rokken De doeken om practikabels heen om ze mooi dicht te maken
Rol Een personage uit de voorstelling
Rolbiografie Het beschrijven van een personage
Rolinterview Het interviewen van de acteur of actrice over de rol. De speler kan daarin ook de rol aannemen.
Rollenspel Situatie met meerdere spelers waarbij ze allemaal een personage spelen.
Rolopbouw Het bedenken en uitdiepen van een personage.
Rolschaatsen Beweging gebaseerd op een soort schoen met wieltjes
Rondzingen Fluitend geluid wat ontstaat als een microfoon te dicht bij een luidspreker staat.
Rookmachine Machine die een ondefinieerbare pluk rook produceert over het toneel zie ook fogger, hazer en koudrook./ koudijs
Ruimte  Waar ben je, hoe gebruikt je dat?  Bijvoorbeeld in een vreemde enge kamer is het anders als op het strand.

S

Samenspel  Het acteren en dus reageren van de spelers op elkaar. De afstemming van de spelers
Scan Lamp waarvoor een spiegeltje zit, deze wordt op afstand bestuurd, verder kunnen ook de kleuren, gobo’s, en nog veel meer op afstand aangepast worden. Bijvoorbeeld de Intella-beam en Mac Yoke.
Scenario / script  De complete tekst van de voorstelling voorzien van regieaanwijzigen.
Scène
Schakelen Van de ene emotie naar de andere emotie overgaan. Het kan ook een versnelling of vertraging zijn.
Schimmenspel Spelen achter bijvoorbeeld een wit doek met een lamp er achter waardoor alleen de schaduwen zichtbaar zijn.
Schmink Verschillende kleuren crème die op water of vet basis wordt gebruikt om een gezicht te beschilderen, je kunt zo iemand bijvoorbeeld ouder of jonger maken. De schmink is ook ter bescherming van de huid voor de harde lampen. zie ook grime.
Schoor Driehoek van hout die decorwanden overeind houdt, vaak worden ze stabiel vastgezet met kluiten (zie ook kluit)
Script De toneeltekst met de regie aanwijzingen.
Sejour Geld wat gebruikt wordt door technici en artiesten om te eten.
Set Deel van een concert, tussen iedere set zit meestal een pauze. Bij de film de opnamelocatie.
Setje Complete installatie voor een zaal, meestal licht en geluid, kan echter ook een combinatie van twee kledingstukken zijn.
Show
Sierdoek Extra doek wat in sommige theaters nog voor het voordoek hangt
Situatie
Sketch Korte scène waarin meestal komische voorvallen zitten.
Slapstick Denk aan Charlie Chaplin
Slowmotion Vertraagd spelen.
Sluiertrek Eerste trek die de toneelopening mede bepaalt, de hoogte in dit geval. Verbergt de portaalbrug.
Snake (sneek) Geen Fries dorp maar een slang met aan de kop een groot aantal gaten om microfoons en andere signalen te prikken, zie ook multikabel.
Soap  TV serie die dagelijks wordt uitgezonden. Bijvoorbeeld Goed tijden slechte tijden.
Solo / solotoneel Voorstelling door één persoon.
Souffleur / souffleren Iemand die aan de zijkant van het toneel de spelers de tekst toefluistert. Vroeger was er vaak midden voor op het toneel een gat waar de souffleur in zat.
Spanning Zonder spanning wordt alles flauw, spanning is de druk die ontstaat in een voorstelling door de relaties van de rollen en de situatie.
Spanningsboog
Speaker Zie luidspreker
Speciaaltje Een lamp die alleen maar voor een doel gebruikt kan worden
Speciaaltje (bij lichtgebruik) Spot die  gebruikt wordt om een specifieke plaats te belichten, heeft ook vaak een harde rand.
Speelduur
Speelstijl  Je kunt groot, klein, komisch, serieus, realistisch spelen… allemaal stijlen.
Speeltijd
Speelvlak  Het gebied op het toneel waarop gespeeld wordt.
Spel / spelen / speler
Spelgegevens
Spelimpuls
Spelopbouw
Spelwerkelijkheid
Spiegelbol Bol die helemaal is volgeplakt met spiegeltjes van ongeveer 1 cm x 1 cm. Bekend van disco’s. In alle soorten en maten verkrijgbaar.
Spiegelen Iemand imiteren die tegenover je zit alsof je in de spiegel kijkt.
Standen Het aantal verschillende lichtmomenten op chronologische volgorde in een uitvoering
Standje Combinatie van enkele lampen die branden, verschillende scènes hebben verschillende standen licht.
Status Er bestaat hohge en lage status. Een baas heeft tov een arbeider bijvoorbeeld een hoge status.
Stekker Plug voor het een of ander.
Stem / stemgebruik
Stil spel Spelen zonder tekst.
Stokpop
Stroboscoop Snel knipperend flitslicht
Subtekst De bedoeling onder een tekst stoppen die anders kan zijn dan de inhoud.  Wat een leuke jas… (subtekst: lelijke jas)

T

Tableau vivant Een stilstaand moment waarbij de spelers in een bepaalde positie staan en niet bewegen.
Takel Machine waarmee truss omhoog getrokken kan worden. Wordt ook wel eens voor mensen gebruikt als speciaal effect.
Tandenlak Soort nagellak die gebruikt wordt om tanden meestal zwart maken, bekend effect bij bijvoorbeeld heksen.
Tape (teep) Speciaal plakband wat op podia wordt gebruikt. Meestal zwart. Ook wel gaffa, naar het merk, genoemd. gaffa (Nichiban) / vinyl Tape is altijd maar voor even.
Tegenlicht Licht van achteren (diepte)
Tegenspel / tegenspelen / tegenspeler
Tekstinterpretatie De inhoud die aan een tekst gegeven wordt.
Tempo De snelheid waarmee gespeeld en gesproken wordt.
Theater
Theatergezelschap De groep die samen de voorstelling maakt, spelers, technici, regie enz.
Theatervorm  Locatie theater, Griekse tragedie, klucht, musical enz
Theatervormgeven / theatervormgever / theatervormgeving
Theatrale middelen: Spelgegevens, enscenering en materiële vormgevingsmiddelen.
Thema  Bekende thema’s zijn; de liefde, de dood
Tijd (dramatische)
Timing Het moment dat de speler kiest om iets te zeggen of te doen.
Toneel De ruimte waarop de voorstelling gespeeld wordt.
Toneelbeeld Waar staat wie en wat op het toneel.
Toneelbelichting Zie belichting
Toneelbewerking Een boek of gebeurtenis bewerkt tot een toneelvoorstelling
Toneelopening Maximale speelvlak: en kijkopening.
Toneelschrijver De tekstschrijver van de voorsteling
Toneelstuk Script of de voorstelling
Toneeltekst Script
Toneeltoren Grote ruimte boven het toneel die gebruikt wordt om decor op te hangen dat uit het zicht van het publiek moet blijven. De meeste toneeltorens zijn meer dan 22 meter hoog.
Toneelvloer Houtenvloer die ook geschikt is om op te dansen, deze vloeren zien er uit als parket en zijn meestal 3 cm dik. Een spijker die in de vloer wordt geslagen en er na de voorstelling wordt uitgehaald laat na een jaar geen gat meer zien.
Toplicht Licht van boven op je hoofd en schouders wardoor je ‘los’ komt van de achterwand.
Totaaltje (bij lichtgebruik) Lichtplan waarbij het hele toneel uitgelicht is.
Transformeren / transformatie Veranderen in een ander personage.
Trek Buis die van links naar rechts boven het toneel hangt, aan een trek kunnen friezen, poten, lampen en decorstukken worden opgehangen.  Tegenwoordig gaat dit allemaal elektrisch en soms zelfs computergestuurd.
Trekkenwand Buizen die men, door bediening aan één zijkant, kan laten bewegen voor het in hangen van licht / decor en afstopping etc.
Treurspel / tragedie Voorstelling met een droevige afloop, Shakespeare was er goed in!
Truss Aluminium buizenstelsel zoals hier links is afgebeeld. Bedoelt om licht, geluid en doeken aan op te hangen. Vanwege zijn constructie erg sterk.
Try-out Uitprobeervoorstelling
Tussendoek Doek wat bij gebruik het speelvlak kleiner maakt. kan verhangen worden.
Typetje Versterkte weergave van een personage, vaak extreem gespeeld.

U

Uitbeelden / uitbeelding Laten zien in spel.
Uitingsmogelijkheden (nonverbaal-verbaal) Gesticuleren, een gezicht trekken zijn non verbale taal.
Uitlichten Het afstellen van de lampen waarmee het toneel belicht wordt.

V

Variac Dimmer
Verbale expressie (uitingsmogelijkheden / technieken) Praten, schreeuwen, huilen, lachen, mompelen enz. geluid gemaakt door de mond.
Verdeling van het speelvlak De indeling van het toneel.
Verhaal
Vermogen Watt Stroomverbruik
Versterker Zie Amplifier
Vertellen / verteller / vertelling Persoon die de voorstelling voorziet van extra informatie, verhalen vertellen is een kunst op zich.
Vertelpantomime Een verhaal als pantomime.
Vertonen Laten zien
Videoclip Korte film vaak gebruikt ter promotie van populaire muziek.
Vierde wand De denkbeeldige wand tussen toneel en publiek
Vijf W’s (wie wat waar wanneer waarom) Wie, wat, waar, wanneer en waarom. De vijf vragen die een acteur zich obver de rol zou moeten stellen.
Vlakke vloer theater Een theater zonder verhoogd podium.
Voetlicht Licht op de grond aan de voorkant van het toneel in de richting van de spelers. Dit waren vroeger kaarsen.
Volgspot Een groot uitgevallen profiel
Voordoek Doek wat voor het toneel hangt
Voordracht Een persoon vertelt en speelt een verhaal tegen het publiek.
Voorstelling Toneelstuk, musical enz…
Vormgeven / vormgever / vormgeving De persoon die de vormgeving van de voorstelling bepaald.
Vormgeving De aankleding van het5 toneel, kleding, licht, grime, decor.
Vormgevingsmiddelen Decor, geluid, grime, kostuum, licht, rekwisieten/attributen

W

Warming-up Oefeningen om het lichaam op te warmen voor het spelen.
Water Dorstlesser bij uitstek
Windkap Schuimrubber omhulsel voor de microfoon zorgt ervoor dat de wind en de ‘p’ niet tot overstuurde klappen leidt, ook wel plopkap.

X

XLR Drie polige stekkers gebruikt voor microfoons. Deze stekkers worden ook gebruikt bij computergestuurd licht. Wordt uitgevoerd in male en female

Z

Zaalbrug Loopbrug in de zaal tegen het dak om lampen te verstellen.
Zaalmix De wijze waarop het geluid klinkt in de zaal. De combinatie van alle instrumenten, zang partijen bij elkaar.
Zever Iemand uit het publiek die blijft zeuren over de kwaliteit van licht en geluid.
Zijbrug loopbrug aan weerszijden van het podium.
Zijlicht Lampen vanuit de zijkant van het toneel. Wordt veel gebruikt bij ballet om bewegingsvormen te accentueren..
Zwevende vloer Houten toneelvloer onmisbaar voor dans, ligt in de meeste theaters.

       Panhuizen, Beekmans, Bekkers, Eenbergen, Slegers & Hendriks © 2018